Werken N.H.M. Tummers

Nic. Tummers is opgeleid als beeldhouwer, maar heeft vooral in publicaties, lezingen en discussies de ruimte van het beeld onderzocht, dat wil zeggen de invloed van ruimte op het beeld, de invloed van het beeld op ruimte en de wenselijke ruimte.

Een beeld maken is één ding, een beeld in de ruimte kunnen plaatsen een ander. ‘Kunnen plaatsen’ slaat zowel op vermogen als op de gelegenheid krijgen. Ertoe in staat zijn en ertoe in staat gesteld worden. Het is onvermijdelijk dat hij zich wel moet bemoeien met de architectonische ruimte, zich wel moet bemoeien met de stad. Met een na-oorlogs ongeduld rammelt deze beeldhouwer aan de wissels van de begrippen ruimte, stad en leefomgeving in een wereld die zich meer en meer aan het bevrijden is. Bevrijd van oorlog, maar ook van oude hiërarchische opvattingen die in de stad afleesbaar zijn en, aldus de verwachting van toen, meer en meer bevrijd van arbeid.

Als pars pro toto beginnen we hier met zijn beeld Barabbas uit 1951. Vormgegeven naar de figuur uit de gelijknamige roman van Pär Lagerkvist uit 1950, die daarvoor in 1951 de Nobelprijs voor de Literatuur kreeg. Lägerkvists Barabbas is de bevrijde mens die tegelijkertijd de verdoemde is. Hij is de eenzaamheid van de mens die niet meer in staat is te geloven. Het hele wezen van Barabbas is door de beeldhouwer uitgedrukt in de enkele gestalte; daar hoeft geen verhalende scène bij afgebeeld te worden, daar horen geen anderen bij. Barabbas staat alleen in de hem omringende leegte. Tummers schaft in het najaar van 1951 de Nederlandse vertaling aan, waarin we aan de hand van zijn accenten en onderstrepingen kunnen nagaan hoe de beeldhouwer dit verhaal gelezen heeft.