Carboonkolonisatie

Carboonkolonisatie

De term Karboon-kolonisatie valt voor het eerst (met deze spelling) in 1966, als Nic. Tummers met zijn tekst Wonen in orde van Ruimte bijdraagt aan het boek van Hans Derks, Met Betrekking tot Limburg, röntgenfoto van een gewest. We lezen op pagina 98: “De volkshuisvesting in Zuid-Limburg toont typisch de trekken van het desintegreren van milieus en van het accepteren van de karboon-kolonisatie. De trotse romantiek van het ‘zwarte goud’ heeft natuurlijk weinig hulp kunnen bieden.”

Dit essay formuleert een kritiek op de aanpak van de woningnood zoals die op dat moment actueel is. Regout, Owen, Cuypers, Stuyt, Jean van de Voort en Lauweriks komen in deze tekst voorbij.

De redactie van Wonen-TA|BK vraagt vervolgens aan Tummers om alles wat achter de term carboonkolonisatie (de spelling waarmee het begrip definitief gelanceerd wordt) schuil gaat, uit te werken in een monografie. Deze verschijnt na uitgebreide en gedetailleerde studie in juni 1974 en is nog steeds een gewild exemplaar.

Nog in 2016 als Tummers 88 jaar is, wordt hij gevraagd over dit onderwerp een lezing te geven voor studenten bouwkunde uit Delft.

Niet alleen zijn teksten ook zijn schetsen tonen, al vanaf 1954, dat Tummers de essentiële elementen van de mijnstreek verbonden wil zien met actuele uitdrukkingen van cultuur.

Als Tummers aan de Technische School aan het Hesselleplein in Heerlen werkt als teken- en boetseerleraar, gaat hij in 1955 ondergronds in de O.N.-mijn om ter plekke de mijnwerkers te tekenen. Dat levert ondergrondse schetsen op en het ontwerp voor een diploma ondergronds bankwerker.

Het Perpetuum Mijnstreekfestival in Brunssum, georganiseerd vanuit het K.K.K. in 1969, vraagt aandacht voor de toekomst van de mijnmonumenten en presenteert de mijnwerkers als de auteurs van hun ondergrondse labyrint door hen een zeefdruk ervan te laten signeren.

Intussen is Tummers vanuit zijn kritische waarneming van de openbare ruimte en de architectuur vanaf 1964 begonnen met rondleidingen langs de moderne architectuur van Heerlen, van de mijndirecteurswoning de Villa Slobbe van Rietveld tot aan de nieuwe wijk Vrieheide. Bij de eerste busrit in oktober 1964 is een journalist aan boord geweest die het een en ander genoteerd heeft.

We laten hieronder een greep zien uit de periode 1954 – 2016. Uiteraard bevinden zich in het archief nog veel meer studiematerialen, boeken, conceptteksten, krantenartikelen, kamerstukken enz.

Nic. Tummers:

_Pentekening van mijnlandschap O.N., 1954.

Studie voor objecten tussen  Lange Jan en Lange Lies, 1954.

_Ontwerpen voor Ruimtebeelden tussen de beide reuze-schoorstenen van de O.N., 1954.

_Potloodtekening van mijnwerker ondergronds, 1955.

 _Potloodtekening als voorstudie voor het ontwerp van een diploma, 1955.

_Diploma ondergronds bankwerker, 1955.

_Ondergrondse Mijnwerker, Gouache, 1955.

Nic. Tummers, Karnavalsaffiche, 1956. Twee koeltorens en één schoorsteen van de O.N. met de lachende ezel, het wapendier van Karnavalsvereniging de Winkbülle. Zeefdrukuitgave van de lokale V.V.V.

Nic. Tummers:

_Pentekening, 1956. Zicht vanuit Welten op de steenberg van de O.N. waarop een stalen constructie een grote steenkool draagt, in staalconstructie uitgevoerd. Voor de voetgangers- en fietsersbrug die Welten en Aarveld verbindt, stelt hij hier een stalen hangbrug op één pyloon voor.

_Pentekening, 1956. Voorstellen voor kunstwerk tussen de schoorstenen van de O.N. Welten in het dal van de Geleenbeek heet hier ‘recreatiegebied’. 

Programmaboekje ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van de Heerlener Coöperatieve Bouwvereniging Glück Auf, 1963.

Met inleiding door burgemeester Van Rooy van Heerlen, Mr. J, de Jonge als secretaris namens bestuur van de Nationale Woningraad en citaten geselecteerd door Nic. Tummers en een voorstel van hem voor bebouwing aan de Elf-morgenstraat.

Tijdens een excursie door Heerlen: Beeldhouwer Nic Tummers hekelt huidige woningbouw. Krantenartikel, oktober 1964.

Tummers gidst een studiegroep van Geerlingshof langs moderne architectuur in Heerlen van ‘de poëzie van Rietveld’ naar ‘het telefoonboek van Vrieheide’.

Nic. Tummers, Moderne architectuur, een rit door Heerlen, september 1965. Routekaart met ruim twintig beschrijvingen.

Hans Derks e.a., Met Betrekking tot Limburg, röntgenfoto van een gewest, 1966.

Bijdrage van Nic. Tummers, Wonen in orde van ruimte. In deze tekst gebruikt Tummers op blz. 98 voor het eerst de term ‘karboon-kolonisatie’. 

Kees Slager, boekbespreking ‘Met Betrekking tot Limburg’ Het Vrije Volk, 29-10-1966.

Nic. Tummers, affiche Perpetuum Mijnstreekfestival, Brunssum 23 juni-13 juli 1969. Een uitgave van het K.K.K. (Kommunaal Kunstenaars Kollektief) Een mijnstreekfestival bestaat  sinds 1952. Het gaat hier met nadruk om het ‘perpetuum’, om een blijvende rol voor de koeltorens die met hun ruim vijftig jaar oud genoeg zijn voor de monumentenlijst.

K.K.K., Mijn Labyrinth, 1969. Zeefdruk in oplage van 100, alle gesigneerd door een mijnwerker waarmee het ondergrondse gangenstelsel ’tot algemeen kunstwerk is verklaard’.

Nic. Tummers, bewerkte zwart witfoto’s om een toekomst mèt het erfgoed van de mijnen uit te dagen, Perpetuum Mijnstreekfestival in Brunssum, K.K.K., 1969. 

_Bruinkoolgroeve, “Gluck-Auf: [groet?] van de carbonisten”.

_Klauterschacht.

_Koeltorenplein.

_Koeltorenglijbaan.

_Volkstheater, “Luditium” refereert aan de homo ludens als bij Huizinga en bij Constant’s New Babylon en ruimte-experimenten van Constant en Tummers in  Stedelijk Museum Amsterdam, 1965 en  Bouwcentrum Rotterdam in 1966.

Foto van Mijnwerker Ondergronds, vergroting t.b.v. Perpetuum Mijnstreekfestival, Brunssum, 1969.

Italiaans aanplakbiljet, vergroting t.b.v. Perpetuüm Mijnstreekfestival, Brunssum, 1969.

In Italie worden mijnwerkers geworven voor de Limburgse mijnstreek.

Kindertekeningen tijdens Perpetuüm Mijnstreekfestival Brunssum, 1969.

Verzameling van kindertekeningen gemaakt over spatwerk-sjablonen van 25 koeltorens en 16 steenbergen. Behalve ongecensureerde straattaal, laten kinderen zien hoe zij denken over een mogelijke toekomst van dit erfgoed. Waarschijnlijk afkomstig van schoolklassen van onder meer Paul van der Velden.

Constant, Telegram, 1 juli 1969.

Clamaba un minero asi: “que solea me encuentro” De relatie Tummers Constant blijkt hier uit dit telegram dat Constant vanuit Amsterdam aan De Galerij, Lindeplein Brunssum, stuurt ten tijde van het Perpetuum Mijnstreekfestival.

Urias Nooteboom, Limburgs Dagblad, foto van Nic. Tummers t.t.v. het Perpetuum Mijnstreekfestival, 1969.

_Krantenknipsels uit het archief van het K.K.K.

C. van Eesteren, Schetsplan reconstructie Centrum Mijnstreek; “Uitzichtpunt op steenberg en pad er naar toe ‘voor Nic.’ getekend.”

Toelichting uit het archief van Het Nieuwe Instituut C. van Eesteren pp53.

Nic. Tummers, College-affiche De Wendel, 1970.

Uitvoerige documentatie over de Familie De Wendel uit Lotharingen die in 1908 de N.V. Maatschappij tot Exploitatie van Limburgse Steenkolenmijnen Genaamd Oranje Nassau aankoopt.

K.K.K., Perpetuum Mijnstreekfestival | Buiten de Perken, 1 juli 1971.

Nic. Tummers, K.K.K., herdruk van het affiche Perpetuum Mijnstreekfestival, Brunssum 23 juni-13 juli 1969. Nu als element van Sonsbeek buiten de Perken, 1971.

Nic. Tummers, College-affiches 1 en 2 na 1966 en voor 1974.

_”Proef van het in kaart brengen van die elementen die de typering Karboonkolonisatie rechtvaardigen. Krijgspolitieke lotgevallen van Limburg.”

_”De Arcadische Utopie”. “Ein kenner wird immer aus der Architektur auf die Gesellschaftsformen einer Zeitepoche schlieβen” August Bebel in zijn boek over Charles Fourier.

Cor Bertrand, Ontwikkeling van mijnstreek is koloniale geschiedenis, artikel De Tijd, 8-6-1974.

‘De Carboonkolonisatie’ in Wonen-TA|BK wordt hierin aangekondigd en besproken.

Nic. Tummers, Carboonkolonisatie, Wonen-TA|BK no. 11, 1974.

Met bijdrage van Thijs Wöltgens en foto’s van Pieter Boersma.

Nic. Tummers, uitnodiging voor de presentatie van “de Karboonkolonisatie”, Wonen-TA|BK no. 11, 10 juni 1974 in Café Steijns, Parallelweg 17, Heerlen. Deze uitnodiging is gemaakt op een oorspronkelijke Couponkaart voor gratis bedrijfskleding van de Oranje-Nassau Mijnen.

Eduard Damen, Over Limburg, artikel in NRC 24-06-1974. Bespreking van De Carboonkolonisatie in Wonen-TA|BK.

Hollandse kolonialen sloegen tijdens de opkomende mijnindustrie in Zuid-Limburg hun slag, artikel De Uitkijk, 4-7-1974. Bespreking van De Carboonkolonisatie.

Mijnstreek: Kolenkolonie, Krities Krijt, 5e jrg. no. 7, juli/aug 1974.

Dit nummer bevat delen van De Carboonkolonisatie uit Wonen-TA|BK no. 11, 1974.

Na de CarboonKolonisatie, Krities Krijt, 5e jrg. no. 7, juli/aug 1974.

“Limburg, een structuuranalyse”, programma van werkweek 17 juni t/m 21 juni 1974, Volkshogeschool Valkenburg. Ondermeer op basis van De Carboonkolonisatie, Wonen-TA|BK. Medewerkers ondermeer Nic. Tummers en Ger Brunenberg. Zij begeleiden tevens de excursie door de Oostelijke Mijnstreek.

K.K.K., Schachtwiel Staatsmijn Wilhelmina, Landgraaf. Opdracht 1974, Plaatsing 1982. 

Model bevindt zich in de Collectie Tummers.

_Poster met overzicht van leden van K.K.K. en werken van 1968-1976.

_Krantenartikel met foto van schachtwiel, De Limburger, 21-04-1994.

Aankondigingen thema-avonden Welzijnswerk en de Mijnstreek in maart 1975.

Nic. Tummers houdt een lezing op 13 maart met diabeelden en discussie: Historische ontwikkeling van de mijnstreek.

Nic. Tummers, 1-mei-lezing 1976 voor PvdA en SPD op Rolduc. “Recht auf die sociale Erbschaft.”

_”Nic. Tummers: in centrum van mijnstreek inzet van veranderen schromelijk veronachtzaamd”, krantenartikel 15-09-1976 n.a.v. de Verstedelijkingsnota.

_”kamerlid Tummers over ministers: Weinig interesse in de Mijnstreek”, krantenartikel, De Limburger, 23-09-1978, over de toekomstige vestigingsplaats van de Dienst Investeringsrekening (DIR).

Nic. Tummers, K.K.K., “oproep! laatste kans voor koeltoren en steenberg?”, 27 maart 1977. Met voorstel en tekening koeltoren als theater te gebruiken.

_Dezelfde tekening van de koeltoren als theater werd later vergroot en ingekleurd.

_één exemplaar daarvan in een ‘glazen koeltoren’.

_op deze foto staat de ‘glazen theater koeltoren’ links boven de deur van Tummers’ werkkamer op Schoolstraat 1, Heerlen.

Nic. Tummers, Scenografia Itersonica, 1992. Potloodtekening op kraftpapier.

_Verslag van het Eerste Van Itersoncongres, 1992. Koeltoren (eierdop DSM) en meer op leiplaat.

Nic. Tummers, pour un sculpteur le règne minéral n’est jamais loin. (J.P. Sartre ‘Les Mots’ 1964 sur Giacometti).

Collage van citaat Sartre, eigen schets ‘mijnbedrijf ondergronds’ (1957), affiche Perpetuum Mijnstreekfestival (1971) en speldje met embleem van DSM, drie koeltorens.

Joep Dohmen, De Renaissance nabij, Heerlen dertig jaar na de sluiting van de mijnen, artikel in NRC 13/14-05-2006.

Gesprekken met ondermeer Manuel Kneepkens, Wiel Kusters, Piet Gerards en Nic. Tummers.

Nic. Tummers, ‘ondergronds’, 1957-2011.

_Tweeluik van tekening uit 1957, print op canvas.

_Tekening Mijnwerker Ondergronds in copie op een halve betonnen bol onder een opkrullende kaart van Heerlen op linnen,   witte gouache en zwarte inkt. Op de kaart de Pancratiuskerk, het Pancratiusplein beneden de Bongerd boven, nog vóór de bouw van het Glaspaleis van Peutz.

Nic. Tummers, A small review on ‘The art of Colonization’ (After the title of E. Ward-Wright, 1849)

Notes for a lecture by Nic. Tummers 18-03-2016, Glaspaleis Schunck for Students TuDelft, Heritage & Architecture.

Eurostad

Eurostad

De EGKS, de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal discussieert in de jaren vijftig over diverse projecten voor een hoofdstad, een bestaande stad of een geheel nieuwe nog te bouwen stad. Zie voor de historie hiervan “Op zoek naar een hoofdstad” (2016).

Dit vormt de context van het project Eurostad van Nic. Tummers.


Onder de titel Eurostad vallen de termen of werktitels:

Sculpto-urbanisme

Poème du Charbon et de l’Acier

Poëem van Kolen en Staal

Eurgediah

Eurodriehoek

Europolis


Eurostad is een project van Nic. Tummers. In de jaren dat zij samen Euroteam (European Team for engineering, architecture and arts) vormen, werkt Hans J. Schneider hieraan mee. Het project groeit sinds 1956 jarenlang door, wordt kritisch bijgesteld en neemt later ook een locatie op voor de Limburgse Universiteit. 

De groei van de stad Heerlen ten gevolge van de mijnbouw wordt geplaatst in de context van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal. Het nieuwe Europa zou grenzen doorbreken, waarmee een nieuwe periode voor de stad Heerlen begint.

Eurostad positioneert zich temidden van Dortmund, Saarbrücken en Lille. Het project reflecteert tegelijkertijd op de culturele ruimte binnen de stad Heerlen.

Als de minister van Wederopbouw en Volkshuisvesting in 1956 aangeeft dat er voor Heerlen geen rijksgoedkeuring kan zijn voor de bouw van een schouwburg in tijden van woningnood, schrijft Tummers in zijn aantekenschrift Het Sculpto-Urbanismeplan: Heerlen:

“Het hedendaagse bouwen kan uitdrukking geven aan wat de behoefte van de hedendaagse mens is. Grote openbare en gemeenschapsgebouwen zijn hierom al direct noodzakelijk. Zij behoren tot het hart van de stad…. Zo gauw als men een woning heeft, is het onderdak-probleem uit. Maar het uitblijven van bouwvergunningen als hierboven bedoeld, schept culturele crepeergevallen die niet in eens op te lossen zijn.”

EGKS, Uitgave Voorlichtingsdienst van de Hoge Autoriteit der Europese Gemeenschap voor Kolen Staal, Luxemburg, 1956.

Nic. Tummers, Het Sculpto-Urbanismeplan: Heerlen / Poëem van kolen en staal, 1956.

 

Deze aantekeningen zijn een aanvulling op zijn lezing aan de TH Delft oktober 1956. Ze lopen vooruit op de plannen voor Eurostad.

Nic. Tummers, Eurgediah, februari 1958.

 

Overpeinzingen in aanloop naar het beeldverhaal Eurgediah dat op Heerlen geprojecteerd is.

Nic. Tummers, Eurostad, 1958.


Eerste manuscript met overwegingen om de nieuwe Europese hoofdstad voor de EGKS niet in de schaduw van een historische stad te ensceneren.

Nic. Tummers, plan Sculpto-Urbanique voor Heerlen.

 

Aanhangsel van: de pré-evolutie van de synthese der nieuwe Architectuur & Sculptuur, haar uitdrukkingsvormen en voorbereiding van een sculpto-urbanisme.

[incl. plan voor beeldverhaal Eurgediah]

Nic. Tummers, Eurgediah, februari 1958.

 

Beeldverhaal dat later, in 1988 verschijnt als een map zeefdrukken.

Nic. Tummers, Eurodriehoek, 1956-1958.

 

Schetsen waarin de Eurodriehoek op een aantal schaalniveaus voorkomt.

Nic. Tummers, Eurostad, 1958. 

 

Beeldverhaal bij Eurostad-overwegingen met achterin één van de vroege typoscripten. “Over de stad en bepaalde aspecten van zijn uitdrukking, getoetst aan de behoefte om te komen tot de keuze of de stichting van een Europese Hoofdstad.”

Nic. Tummers, Eurostad, 1958.

 

Vroeg concept met illustratie op kalk, ‘Ontvoering van Europa’.

Nic. Tummers, Eurostad, 1958.

 

Vroeg concept met annotaties door de auteur.

Nic. Tummers, Euro-Ville, 1958.

 

Proefvertaling van Eurostad in het Frans met hulp van juffrouw Evers.

Nic. Tummers, Eurostad, 1958.

 

Typoscript met aanwijzingen voor zetter.

Hans Jörg Schneider, Eurodriehoek, 1958.

Schneider maakte deel uit van Euroteam en heeft met veel geduld de hoogtelijnen van het Zuid-Limburgse landschap uit karton gesneden. Dit reliëf was sinds 1972 te vinden tussen Tummers’ bibliotheek en zijn archief in het souterrain van Schoolstraat 1, Heerlen.

Nic. Tummers, Eurostad, 1958-1968.

 

Aquarel, schetsen en lichtdrukken, kaartmateriaal en verwijzing naar Louis Kahn vanaf 1958 tot en met latere inpassing van de universiteit.

Nic. Tummers, een boekje open over Heerlen, aankondiging van tentoonstelling, juni 1958.

 

Krantenartikelen over tentoonstelling Eurostad, oktober 1958.

Redactie De Bronk, Nic. Tummers, Europolis, De Bronk no.2, 8e jrg. 1960.

N.a.v. denkbeelden van dr. Frans Meyers uit Hasselt over een Europese hoofdstad, presenteert De Bronk fragmenten uit Eurostad 1958 van Tummers.

Frans van Dongen,  Conceptie voor de driehoek als patroon voor vormgeving, Cobouw, 15-01-1964.

 

De opmerking op pagina 3 ” ’n beetje wild, plaatselijk ernaast artikel.” is van Nic. Tummers

Nic. Tummers, Eurostad, 1957-1968. Lichtdrukken en schetsen van verschillende fases.

 

De geplande monorail was in 1957 nog een ‘Allweg’. Later wordt de skyrail naar Le Ricolais toegepast.

John Wevers, Bij het Eurostad-plan, in Stadbeeld, over beelden en plannen van Nic. Tummers, 1988.

Deze uitgave verscheen bij gelegenheid van de gelijknamige expositie in het Heerlens Thermenmuseum.

Nic. Tummers, 1958 – 1988.

 

Vera van Hasselt neemt in 1988 het initiatief van het album Eurgediah uit 1958 een zeefdrukken-oplage te laten maken.

Ad Himmelreich i.s.m. Maud van Gent, Een gouvernement met kunst, 2020.

 

In het gouvernement in Maastricht bevinden zich in elkaars nabijheid een expositie over het Verdrag van Maastricht uit 1992 en het project Europolis van Nic. Tummers in een uitvoering uit 2008 door Studio Kernland.

Maurice Hermans, Marcel van der Heyden, The Eutropolitan, newspaper for a non-existing polis, 2012.

 

Met bijdragen van onder meer:

Egid van Houtem, Utopia is in our blood; Erik J. de Jong, Art education in no man’s land; Maurer United Architects, The Eutropolis Map; Gideon Boie & Matthias Pauwels, Inland empire; Johannes Tomm, Grenzen und Entfernung sind Kopfsache!; Nic. Tummers, Country without borders.

Galerie Zuid

Galerie Zuid

Galerie Zuid is in de jaren ’50 een beweging gedreven door cultureel ongeduld.

De groep vindt in 1953 een onderkomen in café Monopole van Jo Gerards aan de Saroleastraat in Heerlen. Café, galerie, ramen voor affiches, filmavonden, lezingen, muziek, kunstmarkt, poëziepamfletten voor de boekenweek en een regelmatig verschijnend blad.

Burgemeester van Grunsven spreekt bij de eerste opening de memorabele woorden: “De stad is meer afhankelijk van de plannen van zijn jongeren, dan van welke stedenbouwkundige ingreep dan ook.”


De redactie van Galerie Zuid bestaat uit Willem K. Coumans, Oscar Timmers en Niek Colla (pseudoniem voor Nic. Tummers).

In het blad schrijven onder meer Frans Babylon, Hugo Claus, Jo Dusseldorp, Robert Franquinet, Jan Hanlo, Leo Herberghs, Ben Majorick (pseudoniem voor Joop Beljon), Johan van Nieuwenhuizen, Frans van Oldenburg Ermke en Harjo Wong.

Het gedicht van Lucebert De zeer oude zingt – beroemd om zijn regel ‘Alles van waarde is weerloos’ – beleeft in Galerie Zuid no. 10 zijn eerste publicatie.


In april 1955 besluit Galerie Zuid een studiebijeenkomst te organiseren over kind en kunst. Heerlen was de eerste Limburgse gemeente die overging tot de 1%- regeling voor kunst aan scholen. Galerie Zuid roept architecten, beeldend kunstenaars, schooldirecteuren, onderwijzers en een psychologe bij elkaar. In hun tijdschrift doen zij hier verslag van.


In het persoonlijk archief van Nic. Tummers komen veel aantekenschriften voor uit de jaren ’50. Deze schriften zijn vaak vol geschreven tijdens zijn treinreizen, bijvoorbeeld na een bijeenkomst van de LIGA Nieuw Beelden in Amsterdam. Die aantekeningen zijn de basis voor artikelen in Galerie Zuid. Een voorbeeld hiervan is het artikel Beeldparkeren in Galerie Zuid 2e jrg. no. 4/5: “…in het stadsbeeld is overal maar weinig te zien van plannen, die de mens ruimte geven zijn huid te dragen en z’n geest te weiden.”


Galerie Zuid brengt Heerlen haar eigen cultuur en die van elders onder ogen.

Alle nummers van Galerie Zuid zijn hieronder te lezen, ook de poëziepamfletten.

In de archieven van Nic. Tummers zijn vele documenten van Galerie Zuid bewaard.

Nic. Tummers, verslag van de bijeenkomst van de initiatiefnemers van het eerste uur, Willy Coumans, Jo Gulpen, Bert de Vries en Niek Colla. Een bredere kring voor overleg met veertig personen wordt gepland in café Monopole, 21 mei 1953. 

Nic. Tummers, portret van Oscar Timmers, 1953. Cliché van tekening (spiegelbeeld)

Nic. Tummers, portret van Willem K. Coumans, 1955. Inkt en gouache.

Hans op de Coul, Ine Sijben, Ben van Melick, Maar er is meer. Poëzie van Limburg in de twintigste eeuw, 1999.

Galerie Zuid komt onder meer voor in het hoofdstuk ‘Een handvol tijdschriften’.

Willem K. Coumans, Piet Gerards, Plekken van herinnering — Plaatsen van vriendschap, 2004.

Dit fragment tekent de sfeer tussen vrienden in Heerlen ten tijde van de jaren van Galerie Zuid.

september 1953 - augustus 1954

nooduitgave oktober 1954 - mei 1955

poëzie pamfletten vijfmaal maart 1954, eenmaal juli 1955